STICHTING HERDENKING OORLOGSSLACHTOFFERS BEEK
Al bezoekers op deze site
 
MENU
Home

Liberation Route
Rondwandeling
Monumenten
Publicaties

In memoriam
     Ruth Bogen
     Jelle Nijhout
     Medie Franz

Beek 70 jaar geleden
Links & zoeken
Thema's
De Stichting
Contact
 
Rondwandeling
U kunt de brochure met de wandeling langs de Beekse oorlogsmonumenten hier downloaden. Om de benodigde Acrobat reader te verkrijgen (gratis) klikt u hier
 
Contact

De Stichting Herdenking Oorlogsslachtoffers Beek is te bereiken via de email of per post:
SHOB
Kasteel Genbroekstraat 3
6191 KT Beek

HOME

Herdenkingsrede Dodenherdenking ASTA Beek, 4 mei 2018

Door Joris de Lange.

Het loopt tegen het einde van het jaar als ik een oudere heer bezoek. Meneer heeft aangegeven het op prijs te stellen kennis te maken. Hij zit in zijn stoel en leest een boek. Als hij het dichtslaat om mij een hand te geven, zie ik dat het een boek is over de Tweede Wereldoorlog. Op een tafeltje iets verderop liggen er nog een aantal. Meneer blijkt een grote interesse te hebben voor wat zich toen heeft afgespeeld en hij deelt zijn kennis graag. Wetenschappelijk, afstandelijk, maar vol passie. Hij vertelt me dat hij al weet welke tekst er boven zijn overlijdensbericht dient te komen. Het is een citaat uit ‘Leven en lot’ van Vassili Grossman, het boek dat hij zojuist had dichtgeslagen bij mijn binnenkomst:

“Te midden van het rumoer van het leven bleef de stem van de overledenen hoorbaar”.

Een intrigerend citaat. Als ik er naar vraag krijg ik wederom een zelfde wetenschappelijk en afstandelijk verhaal over de gruwelijkheden van de strijd aan het Oostfront. Vervolgens spreken we over zijn werkzame leven, zijn gezin en zijn overleden vrouw. Hij heeft een mooi leven gehad en heeft geen angst voor de naderende dood.

In de dagen erna volgen nog enkele mooie gesprekken en meneer vraagt me of ik wil voorgaan bij zijn afscheidsdienst in het crematorium. Een dienst die hij overigens zelf al grotendeels heeft vormgegeven. Ik vind het een eer.
Nog diezelfde avond overlijdt hij.

Enkele dagen later word ik gebeld door de zoon van meneer. Hij maakt me deelgenoot van een innerlijke worsteling. De zoon vertelt me dat zowel vader als moeder Joods waren, maar dat vader door alle ontberingen die hij had meegemaakt in het Oosten, zich hier na de oorlog volledig van had afgekeerd. De zoon voelt juist een sterke verwantschap met het Jodendom en wil bij de uitvaart graag de Kaddisj voor zijn vader uitspreken, het gebed dat volgens de traditie door de zoon wordt uitgesproken na het overlijden van zijn vader.
Twee levens, zo verbonden en toch zo verwijderd van elkaar.

“Te midden van het rumoer van het leven bleef de stem van de overledenen hoorbaar”.
Eens te meer werd ik geraakt door het besef hoeveel er verborgen kan gaan achter woorden.

Als geestelijk verzorger zie ik het als mijn voornaamste taak te luisteren. Luisteren naar verhalen. Ieder mens heeft een uniek verhaal dat gehoord wil worden, en eenieder vertelt dit verhaal op zijn eigen, unieke manier. De man waar ik zojuist over sprak kon de meest intense periode uit zijn leven enkel uiten in een citaat, dichterbij kon en wilde hij misschien niet komen. Slechts één zin, maar er resoneert een leven in mee.

Hoe anders was dat met een meneer die ik enkele maanden later in het hospice ontmoette. Hij had gevraagd naar een vertrouwenspersoon. Bij binnenkomst zag ik een ietwat schichtige, maar vriendelijke man. We praatten wat over zijn weg naar het hospice en hij vertelde wat een geruststelling het voor hem was bij ons te mogen zijn. Op enig moment pakte hij een stapeltje A4’tjes en overhandigde me die met het verzoek ze te lezen en daarna weer een afspraak te maken om ons gesprek voort te zetten.

Die avond las ik het verhaal over zijn tijd in het Jappenkamp, het jongenskamp, waar hij samen met zijn broertje een belangrijk deel van zijn jeugd had doorgebracht. Hij schreef beeldend over alle verschrikkingen die hij als kind had meegemaakt. Over hoe ze iedere ochtend de lijken van de overleden oudere mannen naar buiten moesten dragen en over de willekeurige martelingen en executies. Het meest indrukwekkende vond ik zijn beschrijving van de dwangarbeid die de kinderen moesten verrichten; leemputten graven met blote handen. Op een indringende manier beschreef hij een veelvoorkomend dilemma; de kinderen stonden zelf in de put en groeven de grond onder hun voeten weg. Omdat de putten vol water stonden, moest op enig moment de keuze worden gemaakt tussen doorgraven, met de kans op verdrinking, of stoppen met graven en de straf van de bewaker ondergaan. Een onmenselijke keuze.

De man is nog een tijd bij ons geweest en we hebben verschillende mooie gesprekken gevoerd, maar onze eerste ontmoeting was veelzeggend. Hij gaf me de A4’tjes en zei als het ware; dit ben ik. Wil je weten wie ik ben? Lees dit verhaal.

Na de vrijlating uit het kamp, was deze man nooit echt ergens thuis geweest. Hij had zijn leven opgepakt, was getrouwd, had kinderen gekregen en maakte enkele goede vrienden, maar de ervaringen uit zijn jeugd trokken diepe sporen door zijn leven. Aan het einde van zijn leven voelde hij zich in het hospice veilig, maar toch hield hij tijdens onze gesprekken altijd de deur in de gaten. Hij was altijd op zijn hoede….je kon nooit weten wie er aan zou kloppen.

Beide verhalen kwamen in mij op toen ik nadacht over hetgeen ik u vandaag zou willen meegeven. Twee verhalen over mensen voor wie de oorlog nooit echt geëindigd was en in die zin waren zij beiden oorlogsslachtoffers. Ook zij worden vanavond herdacht. En met hen zijn er zoveel meer verhalen, sommigen zijn opgeschreven, maar zovelen ook niet.

Voor deze twee mannen was de oorlog nog altijd een dagelijkse realiteit. En niet alleen voor henzelf, ook voor hun naasten, al was het maar -zoals bij de eerste- door datgene wat niet uitgesproken werd.

In de hospices waar ik werk is de deur van de kamer een scheiding van werelden. Achter iedere deur zijn verhalen die aandacht vragen, levensverhalen die gehoord willen worden omdat de tijd dringt. Onze gasten moeten vaak letterlijk “op verhaal” komen, na alles wat hun in de voorafgaande tijd is overkomen. Juist dan is aandacht zonder oordeel en aanwezigheid zo belangrijk. Gewoon door te luisteren. Niet alles willen oplossen, maar toestaan dat er soms geen oplossingen zijn. Het is moeilijker dan het klinkt.

Het thema van deze herdenking is “weer klopt er iemand aan mijn deur”.
Beide verhalen die ik zojuist vertelde begonnen door een klop op de deur van een kamer in het Hospice, en beide keren werd ik binnen gelaten. Ik werd toegelaten in het levensverhaal en er werd mij iets toevertrouwd, er was contact. Het lijkt weinig, maar het feit dat ik u hier vanavond deelgenoot van wilde maken, toont hoe diepgravend deze ontmoetingen zijn geweest. Een op een, luisterend naar een persoonlijke getuigenis van iets wat ik zelf gelukkig nooit heb meegemaakt, bracht de oorlog akelig dichtbij.

Een klop op de deur is als een vraag die een antwoord verwacht. Degene die klopt biedt iets aan of heeft iets nodig, maar het is degene aan de andere kant van de deur die besluit te openen of niet. Wanneer de deur dan wordt geopend, opent zich tevens een persoonlijke ruimte. Een ruimte waarin iets kan ontstaan.

Deuren bieden mogelijkheden, ze kunnen zich openen of gesloten blijven, maar ze herbergen altijd verhalen. Het is niet voor niets dat de bekende stolpersteine of struikelsteentjes -waarvan er komend jaar ook 19 stuks in Beek zullen worden geplaatst- over het algemeen voor de deur van het huis gelegd worden. De deur is dan het symbool van de ruwe schending van levensverhalen die daar heeft plaatsgevonden. Het herinnert ons aan een andere klop op de deur, een klop die niet wacht op antwoord, die geen keuze laat, die geen eerbied heeft voor het verhaal dat zich erachter bevindt.

Het gebeurde toen, en het gebeurt nog steeds, niet eens zo ver hier vandaan en zelfs in ons midden. En diegenen die het is overkomen kloppen nu op onze deur. Zachtjes, misschien wat beschaamd hulp te moeten vragen, maar ook geen andere mogelijkheid meer zien dan te kloppen op een deur en te wachten. Wachten of de klop wordt gehoord.

Regelmatig bekruipt mij het gevoel dat wij als maatschappij het luisteren verleerd zijn. Het lijken vaak de meningen te zijn die de boventoon voeren, maar wanneer wordt er nog echt naar iemand geluisterd zonder dat er alweer wordt nagedacht over een tegenreactie? Zijn wij nog wel gevoelig voor die kleine, schijnbaar nietszeggende opmerkingen, die door de juiste verstaander opgevat kunnen worden als een klop op zijn deur, als een vraag om aandacht.

Ik zei het al eerder, wij mensen vertellen verhalen en die verhalen vragen om een toehoorder, ze vragen niet om een mening of een positiebepaling. Zelfs al kunnen we niks anders doen voor iemand, toch kunnen we luisteren. Want als je je verhaal kunt vertellen wordt je gezien en gehoord als mens, niet als patiënt, als zieke, als vluchteling, als dissident of als potentieel terrorist. Oprechte aandacht voor het verhaal van ieder mens is de basis van verdraagzaamheid, medemenselijkheid en waardigheid. Zijn dit niet juist de kernwaarden waar we als maatschappij extra bij stil willen staan in deze dagen?

Mag ik u de vraag dan stellen?

Als er op uw deur wordt geklopt, doet u dan open? Bent u bereid om geraakt te worden door het verhaal van een ander? Bent u bereid uzelf open te stellen? En bent u bereid bij iemand te blijven, ook al is er geen oplossing mogelijk? Bent u bereid om het mee uit te houden?

Wanneer u daartoe bereid bent, houdt dat ook het nemen van risico’s in. Want geraakt worden verandert mensen, het verandert onze blik op de werkelijkheid. Je kunt daarna nooit meer “niet weten”. Het leert je dat niets zeker is in het leven en dat we het uiteindelijk samen moeten doen. En het leert je dat ieder mensenleven ertoe doet.

Als we onze vrede en vrijheid willen bewaren, zijn deze lessen onmisbaar.

Stichting Herdenking Oorlogsslachtoffers Beek ©2005-2018
Thema landelijk

Het landeljk thema in 2018 is:

Jaar van verzet
 

 
Thema Beek

De Stichting Herdenking Oorlogsslachtoffers Beek organiseert jaarlijks de dodenherdenking in Beek.

In 2018 is het thema in Beek:

Weer klopt iemand aan mijn deur